<< Plus-tôt Te laat

PTTL on location <<

En - NL

 

 

Introductie

 

Actueel

 

Teksten

 

PTTL on location

 

PTTL's printshop chez rosi

 

Video en geluid

 

No one is illegal

 

1998 - 2002

Kunstenaar geweigerd door de dierenbescherming

 

1998 - 2006

PTTL-Archieven: interventies in het doplokaal van St-Joost-ten Noode 1210 Brussels/Belgie

 

Links

 

PTTL contact

Axel Claes

Elise Debouny

Dominik Guth

Mathieu Haessler

Marco Jacobs

Caroline Jadot

Laurence Langlois

Nathalie Lefevre

Celine Marique

Sonia Ringoot

Toos Van Liere

Nadine Abril

 

 

2003

Tunnelvisies

in collaboration with

BNA-BBOT

 

Tekens, tekeningen & teeken

 

In september 2003 doet de vzw Brussel Behoort Ons Toe (BNA-BBOT) aan PTTL het voorstel om de interviews te illustreren, die zij gemaakt hebben met mensen uit de wijk Aarschotstraat / Vooruitgangstraat in Schaarbeek. Op de affiches een gratis telefoonnummer, via hetwelk enkele interviews beluisterd kunnen worden. De affiches, met de hand geschilderd op behangpapie, worden twee weken lang opgeplakt in de Thomastunnel, die de twee genoemde straten met elkaar verbindt en waar grote aantallen trams en mensen passeren. De tekst hieronder laat aan de hand van reacties van de toeschouwers zien wat er hier op het spel stond.

 

"Wat is dat voor reclame?"

Een vraag die heel wat duidelijk maakt over onze perceptie van affiches in de publieke ruimte.

Wij zien al reclame, voor we ons nog maar afvragen of het wel reclame is wat wij zien. Dat onthult dat het bij de quasi totaliteit van boodschappen en beelden in de publieke ruimte om een commerciële bedoeling draait. Wat nu "onze communicatie" betreft, gaat het om de materiele mogelijkheid tot (gratis) maatschappelijke expressie in de publieke ruimte. Ik zou zelfs zeggen dat het eigenlijk publiciteit is in de ware zin van "publiek maken". De affiches in de tunnel zijn vraagstellingen / voorstellen van politieke orde, of/en van menselijke orde, of/en van humoristische of poëtische orde, en niet te vergelijken met de ideologische mokerslagen van de commerciële democratuur. De taal van de reclame wordt geconstrueerd om die belangen te dienen en structureert de geest met het welbepaalde doel van de toeschouwer een klant te maken.

De affiches in de tunnel vertegenwoordigden dus een oppositie tegen deze manier van doen: wij wensen te spreken zonder te willen overtuigen. Spreken zonder a priori over de ontvangst, over hetgeen begrepen gaat worden. Spreken zonder pasklare gedachten te verkopen.

"Het zijn net kindertekeningen, dat kan ik ook wel".

We hebben bewust vertrouwde expressievormen gezocht, die door hun eenvoudig aanzien, dicht bij die van kinderen staan. Tekeningen die technisch gezien niets spectaculairs of moeilijks hebben, in tegendeel. Een tekening, even simpel als het schrijven van een woord, te gebruiken door iedereen. "Kunnen tekenen", daar gaat het hier niet om. De affiches laten uitschijnen dat het geen zaak van techniek maar van expressie is. En expressie is een zaak van ons allemaal en niet van een kleine groep die er zogezegd de geheimen van zou kennen. Tekenen, dat is iedereen uitnodigen hetzelfde te doen. Een voorstel dat ingaat tegen de gesofisticeerde en onbereikbare beelden van de reclame, zowel financieel als technisch gesproken. Door blanco papier op de muren te plakken hebben we de praktijk van het publieke schrijven of 'taggen' aangemoedigd. Een praktijk die natuurlijk bestond voor onze passage, maar die er mischien opnieuw door aangewakkerd werd.

 

"Dat is vandalisme"

De affiches werden afgescheurd en volgens sommigen is dat vandalisme. Ik zou het "participatie" durven noemen. Wij hadden dit afscheuren verwacht en hebben niet geprobeerd het te vermijden door ons werk achter kogelvrij glas te steken. Het was belangrijk om binnen handbereik van de toeschouwer te blijven en we hebben ervoor gekozen de affiches niet te hoog te hangen. De afstand tussen de tekenaar en de kijker moest zo klein mogelijk zijn, om allerlei vormen van hergebruik van de affiches toe te laten, waaronder het afscheuren.
We hebben 2 soorten van afscheuren kunnen waarnemen: de eerste uit verstrooing en de tweede uit afkeuring. In de eerste categorie heb ik een jongetje van een jaar of tien gezien, die met zijn rug tegen de muur, wachtend op de tram, speelt met de losgeraakte hoek van een affiche. Hij trekt ze zachtjes los en stopt, met zijn gedachten duidelijk bij heel andere zaken, zeer "natuurlijk" een stukje in zijn mond en eet het op. Ik heb kinderen en adolescenten gezien, die in het voorbijgaan hun hand losjes over de muur laten glijden en zonder erbij stil te staan afscheuren wat ze onderweg tegen komen. Is dat vandalisme? Of gewoon het plezier van de aanraking... Aangaande het afscheuren uit afkeuring hebben we een dame met een kinderwagen een versgeplakte affiche zien lostrekken en in de dichtsbijzijnde vuilbak zien gooien. Op die affiche stond het paleis van justitie in brand, en wij veronderstellen nu dat zij er een moskee in had gezien. Bij de eerste affiche die werd afgetrokken hebben we lang gespeculeerd over de vraag of het uit agressiviteit was of niet. Het betrof een affiche waarin het, zoals in een aantal andere, over de onderdrukking van vrouwen ging. Juist voor hij op de tram sprong trok een man één baan van het versgeplakte behangpapier af en smeed het op de grond. Voelde hij zich aangesproken? Kreeg hij toevallig in de gaten dat het behang versgeplakt was? Vond hij het gewoon leuk om het af te trekken? Do, undo? Het affiche was nog heel, dus konden wij die snel weer terug plakken. Maar één van de volgende dagen was er iets op het kruis van de afgebeelde persoon geplakt: een pistool, afgescheurd van een andere tekening. We kunnen lang speculeren over de redenen van dit "vandalisme", maar we kunnen over het geheel genomen niet zeggen dat de affiches met de meer "gevoelige" inhoud er het meeste van te lijden hadden. De affiche "enfermée domestiquée" bij voorbeeld, bleef 15 dagen lang bijna volledig intact, terwijl wij dachten dat die er juist snel aan zou gaan. Tegen degenen die met opzet de affiches vernielden, zou ik willen zeggen: wees wat ambitieuzer en pak de reclameborden aan! Zij zijn je afkeuring zeker waard, méér dan onze schilderingen. Vergis je niet van vijand. Ik sprak hierboven over "participatie", want er groeide een stilzwijgende dialoog tussen de plakkers en de aftrekkers. We hebben nieuwe beelden gegecreëerd met die afgetrokken stukken. We hebben ze overplakt en oververfd. Door om de drie dagen terug te komen hebben we 'het gesprek' gevoed door elke keer nieuwe affiches bij te plakken. Na verloop van tijd maakte het deel uit van de tunnel en konden we zelfs vaststellen dat er minder afgescheurd werd, dat de mensen wenden aan de aanwezigheid van de affiches.

 

"Wat levert het op voor de buurt?"

Wel...De vrouwen uit de wijk, die de affiche hebben gezien met de dame die mannenlijven strijkt, strijken sindsdien hun te platte echtgenoten terug in plooi. De mannen die vrouwen opsluiten hebben hen meteen vrijgelaten nadat zij de affiche "enfermée,domestiqueé" hadden gezien. Onder invloed van de affiche "Waar grote gezinnen huisvesten?" heeft het Gewest besloten 3000 sociale woningen te bouwen ten behoeve van families met 6 tot 8 kinderen. De Brusselse Intercommunale-Vervoers-Maatschappij heeft van de ene op de andere dag het openbaar vervoer gratis verklaard, enz....

Inderdaad mijne heren, wij kunnen ons afvragen of deze affiches "het verschil maken", zoals de reclame dat graag beweert. Ik geloof in de simpele aanwezigheid van een affiche als "enfermée, domestiquée" in de publieke ruimte, en dat dit gevolgen heeft in de hoofden van voorbijgangers. "La porte du commisariat, elle est à moi", is een zinnetje dat door de Brusselse rapper PITCHO gezongen wordt. Die woorden op een behangpapier schrijven betekende voor ons een begin van weerklank geven aan de geluiden van verzet tegen het systeem.

Emmanuel Tête

 

En septembre 2003 l’association Bruxelles Nous Appartient, Brussel behoort ons toe, propose à PTTL, d’illustrer graphiquement des interviews qu’ils ont faites avec des gens du quartier rue d’Aarschot-- rue du progrès situé à Schaerbeek. Sur les affiches, un n° de téléphone gratuit donnait accès à certaines de ces interviews. Les affiches (peintures à la main sur tapisseries) ont été collées, pendant 2 semaines, dans le tunnel Thomas, reliant les rues précitées, où passent un grand nombre de tramways et de gens. Le texte qui suit explique, à travers les réactions des passants, les différents enjeux du projet.

 

" C’est quoi comme publicité ? "

Une question qui en dit long sur notre perception des affiches dans l’espace public. Elle présuppose déjà qu’il s’agit de publicité avant même de se demander si c’est oui ou non de publicité. Voilà qui révèle que la quasi-totalité des messages et des images dans l’espace public est de type publicitaire où l’enjeu de la communication est commercial. L’enjeu de notre " communication " est de donner un support à des expressions publiques (gratuites) dans l’espace public. Je dirais même que c’est de la publicité mais dans le vrais sens du terme c à d " rendre public ". Les affiches dans le tunnel posent des questions/ propositions d’ordre politique ou-et d’ordre humain ou-et d’ordre humoristique, poétique et n’assènent pas à coup de marteau l’idéologie de la démocrature commerciale. La parole publicitaire est construite pour servir ses intérêts et structure l’esprit dans un but bien précis, faire du spectateur un client. Les affiches du tunnel se présentaient donc comme une opposition à cette façon de procéder : nous désirons parler sans vouloir convaincre. Parler sans à priori de la réception, de ce qui va être compris. Parler sans vendre du prêt-à-penser." C’est des peintures d’enfants, je peux en faire autant " Nous avons choisi volontairement des formes d’expressions familières, proches, par leur aspect rudimentaire, de celles des enfants. Des dessins qui techniquement n’ont rien de spectaculaire, ni d’infaisable, que du contraire. Un dessin comme de l’écriture comme un langage, simple et surtout utilisable par tous. " Savoir dessiner " n’est pas le propos. Les affiches sous-tendent que le dessin n’est pas une affaire de technique mais d’expression. Et l’expression est l’affaire de tous et pas seulement d’un petit groupe qui en possède soi-disant les clefs. Dessiner, c’est inviter tout le monde à en faire autant. Une proposition qui s’oppose aux images publicitaires sophistiquées et inabordables aussi bien techniquement que financièrement. En collant des morceaux de papier blanc sur les murs, nous avons encouragé la pratique du tagg. Une pratique qui existait bien sûr avant notre passage, mais peut-être s’est elle un peu réveillée à cette occasion.

 

" C’est du vandalisme "

Des affiches ont été déchirées, certains appèleront cela du vandalisme, je l’appellerai " participation ". Nous nous attendions à ces déchirures et nous n’avons pas cherché à les éviter en s’abritant derrière des vitres blindées. Il était important de se mettre à portée de main du regardeur donc nous avons choisi de ne pas coller les affiches trop haut. Il ne fallait pas mettre de distance entre le dessinateur et le spectateur pour permettre toutes formes de réutilisations des affiches dont l’arrachage. Nous avons pu observer disons 2 catégories d’arrachage : la première par distraction et la seconde par rejet. Concernant la première catégorie, j’ai vu un petit garçon (une dizaine d’années) adossé à un mur, attendant un tram, jouer avec un bout d’affiche décollé. Il tire, la déchire doucement, visiblement absorbé par autre chose et de manière " naturelle " met le morceau dans sa bouche et le mange. J’ai vu des gamins ou des ados qui, tout en marchant, laisse glisser leurs doigts sur le mur et arrache insoucieusement ce qui se présente sur leur passage. Du vandalisme ? ou simplement de la joie et du plaisir de toucher…
Au sujet de l’arrachage par rejet, on a vu une dame avec une poussette, décoller une affiche fraîchement collée et la mettre dans la poubelle. Sur cette affiche, on pouvait voir le palais de justice en flammes et on a supposé qu’elle l’avait prise pour une mosquée. C’est la seule fois où l’on a pu voir qu’il y avait un rejet par rapport aux affiches. Nous pouvons spéculer longtemps sur les raisons de ce " vandalisme " car les affiches à contenu plus "sensible " n’étaient pas plus la cible des arrachages que celles au contenu " moins sensible ". Par exemple l’affiche " enfermée domestiquée " est restée collée pendant les 15 jours et n’a subi que de légères dégradations alors qu’on pensait qu’elle allait disparaître rapidement. Je dirais à ceux qui auraient arraché intentionnellement les affiches : il serait plus ambitieux de vous en prendre aux affiches publicitaires. Elles sont
certainement plus dignes de votre mépris que nos peintures. Ne vous trompez pas d’ennemi. Je parlais plus haut de " participation " car il s’est installé un dialogue tacite entre les colleurs et les déchireurs. Nous avons composé de nouvelles images, avec ces déchirements, en surcollant des bouts et en repeignant dessus. En venant tous les trois jours, on a alimenté la " conversation " en collant à chaque fois de nouvelles affiches. Après un certain temps, on commençait à prendre la mesure du tunnel et l’on pouvait même observer que ça déchirait moins, que les gens s’habituaient à la présence des affiches.

 

" Qu’est que ça apporte au quartier ? "

Eh bien… Les femmes du quartier, depuis qu’elles ont vu l’affiche où l’on voit une dame repasser des corps d’hommes, ont toutes commencé à repasser leurs maris trop flasques. Les hommes qui séquestrent des femmes, les ont libérés en voyant l’affiche " enfermée,
domestiquée ". La région, suite à l’affiche " Où loger les grandes familles " a décidé de construire 3000 logements sociaux adapté aux besoins des familles de 6 à 8 enfants. La Société des Transports Intercommunaux Bruxellois a instauré du jour au lendemain la gratuité des transports, etc…
Malheureusement cher Monsieur, ces affiches, comme dirait la pub, " ce ne sont que quelques pâtes … " Je crois quand même que la simple présence dans l’espace public d’une affiche comme " enfermée domestiquée " a des répercussions dans la tête des
habitants. " La porte du commissariat, elle est à moi ", est une phrase chantée par PITCHO, rappeur bruxellois. L'avoir écrite sur papier peint à été pour nous le début de l'organisation des résonances résistantes au système.

Emmanuel Tête

 

team:

 

Nadine Abril

Axel Claes

Amir Najmi

Emmanuel Tête

Toos Van Liere

 

Close